OPPASPOESPOESPAS

                                   

Telkens kwam er een vreemde poes, zo te zien een kater van nog geen veertien jaar, be-schutting zoeken in onze tuin. Hij was niet weg te branden. Wij vroegen ons af waar deze dik-zak vandaan kwam toen hij al na korte tijd bij ons kwam om een kopje te geven. Hij kreeg een  schotel melk als dank. Of misschien ging het andersom: eerst  melk en dán kopje. De kater- zo bleek later- was van nieuwe mensen een paar huizen verderop. Die lui waren heel vaak op pad naar hun getrouwde dochter en kleinkind. De poes, vonden ze, konden ze beter maar niet meenemen als plaagprooi voor hun A.D.H.D.- kleinzoon. Dus húp, de nog kale tuin in. En zo kwam de kater bij ons de beest uithangen. Heel snel zat de mini-tijger binnen, breeduit midden op de keukenvloer.Zo van: nú kun je niet meer om me heen en waar blijft mijn hapje?

Dus werd pa uitgestuurd om kattenvoer te kopen. Nou dat is geen sinekure. Wát een keus. Ik verdwaalde mentaal tussen zakjes, bakjes en blikjes met kalf en lam; met kabeljauw, sardientjes, tong, tonijn, krab en forel; met hert en hart; met lever, ham/kaas, met kip en kalkoen; met eend, konijn, fazant; met garnalen, groenten, granen, vezels, kalk en vitamines. En dat alles in de vorm van mousse, gelei, paté, of brok voor junior miss Poes tot senior Koning Kat. Ik koos voor een blikje lever met rijst in smeuïge jus, drie sterren, met smulgarantie. Foute boel! Het beest haalde z’n neus ervoor op. Is zeker iets chiquers gewend. Een hapje ham ging er nog wél in. En toen ging m’n vrouw tóch maar eens praten met de baas van het beest. De poes bleek Knor te heten. Wij mochten wél oppassen, het voer moest met zalm zijn en: ‘Goedendag, wij moeten nu echt weg’. Nou, dacht ik tegendraads, dan noem ik hem dus maar Ronk.

Inmiddels had de haarbal onze tuin geannexeerd, plus het huis als tweede woning. Hij bekraste het raam om binnengelaten te worden en pikte mijn plekje voor de TV in. Nu doet de dakhaas een hazenslaapje op de warme vensterbank, waar hij een prima uitzicht heeft op zijn hoofdresidentie. Tot dáár weer wat te halen valt, want Ronkie is niet voor de poes. Duurt het opdienen van zijn souper hem té lang, dan komt de veelvraat de buit wel zelf aan-slepen: een dode of half-dode mus, spreeuw, ekster, kraai of jonge eend.

Het allerlekkerste hapje was onlangs een dikke kikker, aangebracht met ‘n air van: ‘Voila, nu graag een 4-sters kikkerbil-pateetje. En gauw een beetje’. Ter aansporing zette hij alvast z’n scherpe klauwen in mijn kuit.                                                                          Touché dus.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s