Maandelijks archief: december 2013

NEDERLAND IN COMA (1)

       In 2013 gebeurde er van alles in Nederland. En niet ten goede voor de meeste mensen. Hogere huren, belastingen en prijzen, lagere lonen, kinderbijslag lager, duurdere brandstoffen enzovoort.  Een kwart van de Nederlanders lukt het niet meer om de eindjes aan elkaar te knopen. Het inkomen reikt niet meer tot het eind van de maand. Steeds meer mensen raken in en komen niet uit de schulden.

Het gekke is dat die nedergang zelfs zonder schokkende protesten wordt geaccepteerd. Er zijn hier geen grote stakingen en massale protest-bijeenkomsten. En nóg gekker is het, dat bijna niemand zich afvraagt HOE dat alles is gekomen en wat de remedie is tegen die ellende. Bewindslieden van de regeringspartijen en hun meelopers bepalen dat er bezuinigd moet worden. En een terechte vraag WAAROM er beknot moet worden, blijft onbeantwoord.

   Het is alsof de Nederlanders kunstmatig in coma worden gehouden, of ze liggen te slapen terwijl ze intussen worden beroofd van een fors stuk welvaart en zekerheden. En dat die winterslaap ook niet voorbij is op een moment dat de kiezers opgeroepen worden om te kunnen stemmen voor een beter beleid.

Er is een berusting gaande: “het is nu eenmaal zo, we hebben het toch nog goed?” En bezuinigingen? Wen er maar aan is het motto: HET MOET.

WEN ER MAAR AAN

Tja, een volk in coma, laat zich willoos uitkleden. Want intussen worden de inkomensverschillen steeds groter, wordt menskracht verknoeid en een enorm kapitaal verspild aan ontoereikende maatregelen. De “politiek” zal het wel even regelen. Maar: het blijkt dat de politiek de onderliggende oorzaken van de diverse crisissen niet weet aan te pakken en kiest voor de gemakkelijkste uitweg: MEER VRAGEN EN MINDER DOEN. En zo teert Nederlands welvaart en het welzijn geleidelijk weg.

WEN ER MAAR AAN

Een enkeling trekt nog aan een dood paard, roept in de woestijn, vecht tegen windmolens. En de rest zuipt zich comatisch, laat zich afleiden met “brood en spelen”. Ja, we verknallen als particulier ook heel wat, zo eindejaars. Of we vreten ons zo mogelijk vet en vadsig, wentelen ons in zelfmedelijden en het zichtbare besef, dat het in de rest van de wereld niet beter maar meestal erger is.                                                                   Anna Liese

WEN ER MAAR AAN

Een GROTE uitdaging…….(column)

Uitdaging voor Politici: 4 maanden leven op bijstandsniveau.

Ons land is in rep en roer. Dagelijks lezen we over bezuinigingen, armoede, schulden, dakloosheid en ga zo maar verder. Het is crisis en dat merken we bijna allemaal wel.

Daarom ben ik verbijsterd dat er vanuit ons kabinet zo weinig empathie en compassie uitgaat. Met name voor mensen die uitkeringsgerechtigd zijn. Ik zie maar bitter weinig initiatief, in positieve zin, en al helemaal geen medeleven. Het is (volgens “Den Haag”) alsof we maar zeurende en verwende kinderen zijn. Misschien is dat ook wel zo. Maar dat neemt niet weg dat de problemen erger worden en we NU moeten gaan handelen om nóg erger te voorkomen.

Om de politici in Den Haag te prikkelen heb ik een uitdaging bedacht: vier maanden lang leven op bijstandsniveau. Vier maanden de tering naar de nering zetten en rondkomen van 50 euro per week. Vier maanden geen luxe. Vier maanden geen lunches en diners. Vier maanden niet shoppen. Maar wel vier maanden naar de voedselbank en vier maanden lang optrekken met de “onderkant” van onze maatschappij. Vier maanden elke dag een paar uur spenderen op een daklozenopvang of andere instelling zou ook sieren.

Ik heb geen illusies en ik denk dat geen enkele politicus deze uitdaging aan wil gaan. Of beter gezegd; aan durft te gaan. De zelfkant van het bestaan is namelijk hard en confronterend. En de veiligheid en vanzelfsprekendheid van een goede positie in het leven is iets wat je niet gauw loslaat. Ik snap dat wel.

En toch hoop ik dat mensen die graag verkondigen een rechtvaardiger Nederland te willen bouwen, bijvoorbeeld een Klijnsma of een Diederik Samsom, dit aandurven. Ik hoop dat juist deze mensen de uitdaging aangaan. Om eens van het pluche te komen en te kijken hoe het gaat met al die werklozen die nu slechts statistieken en cijfertjes zijn. Ik hoop dat politici ook eens hun gezichten zien en hun verhalen horen. Hoe het er echt aan toe gaat in Nederland. Het Nederland van de Kansarmen.

Mocht een politicus de uitdaging uit willen gaan, dan hoor ik het graag. Ik bied aan gedurende die vier maanden versobering te ondersteunen en de dialoog aan te gaan. En natuurlijk verhalen en tips uit te wisselen. Gewoon als mensen onder elkaar, zonder enige poespas.

SPELREGELS? Zie: http://bit.ly/1fVaQOt

Met vriendelijke groet,  Eli Huijgens.

WOORD VAN HET JAAR 2014

– In Nederland, België en Engeland is SELFIE tot woord van het jaar 2013 *) uitverkoren. Een selfie is een fotootje, een zelfportret met een beroemdheid. Eerder in 2013 was selfie bestempeld als het meest overbodige woord

*) Socialbesitas eindigde op de tweede en sletvrees haalde de derde plaats. Andere genomineerde woorden waren: knikkebolziekte, boekface, comakijken, kweekburger, kopschopper en voedselsjoemel.

———————————————————————————————————————————

Wat leven we in een speciaal landje eigenlijk. Terwijl Neederlanders massaal HET WOORD links laten liggen, zie je juist in die keuzes voor één enkel woord de aandacht voor kleine ZELF en de kleinst mogelijke problemen rondom dat zelf. Maar op tegenwoordig kleine afstand liggen wél overal op de loer grotere problemen als corruptie, zelfverrijking, oorlog, massamoord, despotisme, hongersnood, armoede.

Voor het individue zijn dat té lastige, onhanteerbare kwesties. Gemakzuchtiger is het dan om in de beschutte omgeving van het eigen stekje met behulp van een knuffel-apparaat als een i-pad te kijken wat er in de rest van de wereld gebeurd is en welke overbodigheden  anderen voor je opzoeken of bedenken.

Nu ben ik niet zo’n trendvolger, maar toch: in het licht van het bovenstaande opteer ik alvast voor 2014 het woord aailei *) als alternatiefje voor i-pad. Omdat daarop niet meer wordt GESCHREVEN maar wel getikt en geveegd.

Lei, griffel,

En zo kom ik op de bewonderingswaardige neiging van Vlamingen en ZuidAfrikaners om de invloed van het Engels op de eigen taal teniet te doen met vervanging door eigentaalse varianten. Om te beginnen wil ik stellen, dat het Nederlands ernstig wordt verkankerd door opname van Engelstalige begrippen. En dát is weer te vergelijken met de invloed van het ABN op het Frysk. Daarom zou het woord ABN niet meer de lading dekken. Een Nederlandse taal bestaat niet, onder meer omdat Fryslân met het Frysk als eigen taal  onderdeel is van Nederland.

Vergelijkend Engeland>Engels, Duitsland>Duits, Frankrijk> Frans, Denemarken>Deens, Noorwegen>Noors pleit ik er voor om Nederland>Neers te gebruiken. En om Engelstalige woorden te weren en te vervangen door inheemse eigen woorden. En om daarbij en daarvoor het (tweetalige)  Neers sterk te vereen-voudigen. Want in deze delta zijn eeuwenlang bevolkingsgroepen aangeland met totaal andere talen.

Een gemeenschappelijke taal is nu eenmaal hét medium voor goede communicatie, begrip en participatie.

*) Vroeger werd een plaatje leisteen in een houten lijst gebruikt om op te schrijven. Door er op te krassen met een schrijfstift, de griffel. Een lei kan heel gemakkelijk met een sponsje worden schoongewist, waarna de schrijfplank opnieuw gebruikt kan worden.   Aai correspondeert met de letter i en is het enkelvoud van aaien, strelen, vegen. Pad ( onderlegger, kussentje) kan vervangen worden door Pet ( lievelingsdier, schat).  De samenvoeging wordt dan AAIPET. Mijn voorstel voor een Fryske variant is: aailaai.

Zie ook de column Nuw-Neerlands: http://bit.ly/19nlwUS

Zie ook de column KORTERLANDS: http://bit.ly/1cVHqMR

Eindejaarscolumn op http://123gedichten.wordpress.com

Het blijkt dat er interesse is voor Fryske gedichten over het KERSTGEBEUREN. Een zoekactie daarnaar kan ik best begrijpen. Want in koude, natte, donkere winterdagen is er behoefte aan warmte, droge voeten en verlichtingen.

Die eindejaars-behoefte is er sinds mensenheugenis. Zo bijvoorbeeld bij de eerste bewoners van ons platte landje. Tussen de oerstammen (Keltisch-Germaanse volkeren) en later de Romeinse veroveraars heeft een sterke “uitwisseling van goden” plaatsgevonden. Goden als Nehalennia, Hludana en Sandraudiga  zijn van Keltisch-inheemse oorsprong. De Germanen hebben goden als Wodan, Donar en Freya uit Scandinavië ingevoerd. De polytheïstisch stammen annexeerden al elkaars goden met inbegrip van de Germaanse, Keltische en Romeinse mythologie.

Tussen 21 december en 3 januari vierden enkele Germaanse stammen als de Friezen en de Bataven het Joelfeest, het zonnewendefeest.  Het was hun gedachtegoed dat er tijdens dit feest slechte geesten ’s nachts ronddoolden, zoals de Germaanse godin Perchta. Daarom maakten zij gefrituurde baksels, om aan Perchta en de geesten te offeren en om die oliebollen zelf te eten.  Door de grote hoeveelheid vet in de baksels zou Perchta’s zwaard simpelweg van de vette buiken afglijden. De boze geesten werden ook verjaagd ofwel van het lijf gehouden met veel lawaai en licht. Men ontsteekt Joelvuren.

Het Christendom haakte in op de oude godsdiensten met de figuur van Sinterklaas, het kerstfeest op 25 en 26 december en de Kerstman. Het oergeloof zit er nog steeds een beetje in. Want ook nu nog eten we ons eindejaars  te berste aan oliebollen, verlichten we ons huis en knallen we het onheil bij onze deur vandaan.

Hierbij wens ik een gezond, gelukkig, voorspoedig en vooral vrolijk jaar 2014 toe aan alle Neder-landse afstammelingen van de in Friesland verwekte, geboren, verdwaalde of ooit naar dit gewest gevankelijk meegevoerde stamleden uit de volgende volken:

Batavieren, Germanen, Ingvaeonen, Friezen, Juten, Warnsers, Chaukianen , Cauchen, Cimbren, Cananefaten, Denen, Kaninefaten, Chatten, Kelten, Wandalen, Gothen, Matthiaken, Usipeten, Teucteren, Marsen, Bructeren, Chamaven, Angivaren, Tubanten, Cherusken, Noormannen, Franken, Allemannen, Saxers, Anglen, Warners, Sicambren, Galliërs, Saliërs, Menapiërs, Quaven, Wilten, Sclaven, Westfalingers, Engeren, Sueven, Schotten, Picten, Alanen, Longobarden, Saliërs, Hunnen, Scijten, Tartaren, Westgothen, Britten,  Spanjaarden, Joden, Molukkers, Surinamers, Marokkanen, Turken, Angolezen, Koreanen,Vietnamezen, Afganen,  ………………………………………………………………………….

(een cultureel ratjetoe dus)

Een PARTICIPATIE-maatschappij ?

Het komt me voor dat, sinds het gelanceerd werd, het begrip PARTICIPATIE alleen maar aan slijtage onderhevig was. Vanaf het begin stonden velen er argwanend tegenover. Nu wordt het al gelijkgesteld met : Wij trekken ons terug en zoeken jullie het nu maar zelf uit.

En eerlijk gezegd: van echte participatie is hier ten lande niet veel te bespeuren. Het lijkt eeuwen geleden dat ik op dat gebied wel eens wat gedachten formuleerde. Ergens in de warboel van mijn administratie, misschien in een oude doos op de vliering van onze woning, zouden daar over nog geschriften moeten liggen. Omdat ik geen trek heb in enig speurwerk op die steenkoude vliering, doe ik het nu maar zonder die oude paperassen.

–        Een begrip, zoals een vereniging, een politiek stelsel, het handelen van een specialist zou te “visualiseren” zijn met het denkbeeld van een geslepen diamant, een briljant dus. Elk facet ervan stelt een gebiedje voor. Zo zou je het vakgebied van een tandarts kunnen voorstellen als zo’n facet van een briljant. En de tandarts zou binnen dat terrein zijn functie uitoefenen en zicht hebben op soms niet meer dan het oppervlak daarvan. Hij zou de grenzen van zijn “toko”, zijn vakgebied kunnen beschouwen als ZIJN grenzen. Zonder misschien in de gaten te hebben dat er een aantal aangrenzende vakgebieden van andere specialismen zijn met onderling samenvallende begrenzingen.

Maar orthodontisten, kaakchirurgen, tandtechnikers enz. kunnen gebieden overzien die voor een doorsnee tandarts “ voorbij DE horizon liggen”. En voorbij die andere, aangrenzende vakgebieden liggen weer andere terreinen met andere begrenzingen. Vanuit die visie zou je een ruimtelijk model kunnen voorstellen waarbij alle vlakken ervan  een vakgebied voorstellen. En dan zou het mooi zijn als een specialist op één enkel terrein in gedachten AFSTAND zou kunnen nemen van zijn eigen terreintje om het geheel van die briljant te kunnen overzien, om het model te kunnen draaien voor zicht op een ander vakgebied, op een ander facet. Om zo begrip te krijgen voor de waarden op andere terreinen en  om beter te kunnen samenwerken met anderen. Veel meer dan wordt beseft zijn mensen van hoog tot laag van elkaar afhankelijk.

Er zijn al heel veel samenwerkingsverbanden. Maar nog veel te veel preekt men voor eigen parochie, veel te veel zijn veel te veel mensen betrokken op zichzelf, uit op eigen gewin en macht: een houding waar uiteindelijk IEDEREEN last van heeft.  Want bijvoorbeeld als een stratenmaker ontslag kreeg vanwege een geringer bouwvolume dan ligt de oorzaak mogelijk bij té hoge woonlasten en té geringe reserves bij de banken en daaronder bij té hoge “beloningen” van de top van die banken en woningbouwcorporaties.  Een (beroeps)-deformatie als “ikke, ikke, ikke en de rest kan stikke” leidt tot maatschappelijke ontwrichting. En zo’n opstelling is nou precies het tegenovergestelde van participatie, waarbij duidelijk met anderen rekening wordt gehouden en waarbij verworvenheden, lusten en lasten eerlijk worden gedeeld. En waarbij er ook nog begrip is voor de KERN van de briljant, het voor iedereen gemeenschappelijke, waar de Friezen zo’n mooi woord voor hebben: de MIENSKIP.

GEBRADEN POLDERGANZEN

Al jarenlang groeit de ganzenpopulatie in Nederland.  Het water- en grasrijke Friesland is een walhalla voor de ganzen. Rundveehouders  hebben enorm last van de vraat- en schijtzucht van die beesten. De schade aan land en gewas is voor dit jaar begroot op € 18 miljoen. Even met de natte vinger gepeild: het ganzenoverschot, rijp voor afschot, is dit jaar om en nabij de 1.000.000 van dat gevogelte. Het afschieten, wegvangen, onklaar maken van de eieren en de te vergoeden schade kost de belastingbetaler steeds meer.

Nu zult u zich mogelijk met mij afvragen: “Wat gebeurt er met die dode beesten ? Gaan de lijken naar een destructiebedrijf, worden ze ingeblikt als voer voor kat en hond? Of komen ze terecht voor menselijke consumptie bij de grootgrutter terecht?”

Schiphol:  De ongebraden ganzen vliegen daar zomaar zonder vluchtgeleiding in het rond. Sinds 2005 is het aantal ganzen rond Schiphol vertienvoudigd tot 50.000. Om te voorkomen dat de knoeperts in de vliegtuigmotoren komen, worden elk jaar zo’n 10.000 ganzen weggevangen, vergast en bijna allemaal opgegeten. Er zijn ook stemmen opgegaan om de Nederlandse voedselbanken ermee te verblijden.

Ganzen zijn bijzonder dol op het waterrijke Friesland met enorme oppervlakten eiwitrijk gras, meren en moerassige gebieden. Van elke twee ganzen kiest er eentje ús heitelân als landingsterrein. En dat is drie keer meer dan Europa en Nederland ooit zijn overeengekomen. Alleen al de verwijderingskosten voor zo´n vogel van 3 tot 4 kilo bedraagt gemiddeld 9 euri. En ook bij de poelier kost een braadklare scharrelgans ook ongeveer € 9 . Waarom mag en kan als compensatie DE MENS i.p.v. kat of hond niet ook genieten van een brokje ganzenwildgebraad? Of tenminste van een vers GANZENEI ?

WAAROM NIET?  In de Middeleeuwen werd een gans bijna net zo veelzijdig benut als een varken. De veren werden gebruikt voor pijlen en om mee te schrijven. Ganzevet was niet alleen een zeer gewaardeerd kookvet, het werd ook gebruikt om leer in te vetten en als basis voor medicinale zalfjes tegen huidaandoeningen en reuma. En de rijkelui aten zich gans ongans aan de gans. Een gekookt of gebakken ganzenei werd toen niet versmaad.

De vogel kwam met Kerstmis op tafel, maar er waren ook andere dagen waarop speciaal geroosterde gans werd geserveerd, zoals op de dag van Sint Michiel (29 september) en met Pinksteren.

En waarom zou de mensheid kunstmatig kalkoenen fokken om ze met Kerst op tafel te zetten in plaats van deze natuurzuivere scharrelganzen? Vooruit dus, polderlanders, aan de slag met dit hernieuwde en erg gewilde exportproduct: de gegarandeerd loodvrije wilde gans, das ganze Jahr.  Das ganze problem erlöst.

Krokant gebraden gans

De BARBARIE-EEND uit Zuid-Frankrijk is ongeveer even zwaar als een  gans. De gans heeft met z’n stevige rozerode mager vlees eenzelfde “subtiel delicate wildsmaak”.  Maar zo’n diepvriesklont van dik drie kilo is voor ons echt teveel van het goede. Geef mij maar een stukje ganzenborst, gerookt of gebraden als filet of biefstukjes. Niet te versmaden is een forse ganzenbout, de rosbief ervan of rilette, pastrami, leverpaté of ragout, ganzengehakt. Tenminste als het gaat om een bout van een jong gansje, want de rest is ouwe taaie, alleen geschikt voor ganzensoep, misschien ganzengehakt of – pastei.

Hollands Wild. Onder dit label wordt ganzenvlees in verschillende vormen verkocht. Zo bestaat er ganzenham, droge worst van gans en zelfs kroketten en bitterballen van ganzenvlees. Al dit vlees komt van wilde ganzen die in Nederland zijn afgeschoten. De jagers staan al paraat.

Uit eigen ervaring: TURFGEROOKTE GANZEBORST is over-heerlijk. Maar ook de rest van de gans is lekker. De beesten komen in overvloed naar Friesland aangevlogen. De boeren willen ze wel schieten en de jagers kunnen ze wel schieten. De inwoners van ons land betalen al voor het afschieten, dus waarom gaan we er niet van genieten?

2015. Vanaf eind mei mogen van Europa ganzen worden vergast. De Provincie Fryslân vindt dat goed. Met het dodelijke broeikasgas CO2 *) De tot heden enige ganzenvanger, Duke den Hertog uit Lelystad gaat in de Jan Durkspolder van het natuurgebied De Alde Feanen van It Fryske Gea een paar honderd ganzen opjagen naar een vergassingsvrachtwagen. Uiteindelijk zouden er duizenden ganzen het loodje moeten leggen om gebruikt te worden voor menselijke en dierlijke consumptie. Maar de consumptieve verwerkingsmogelijkheid van de dode dieren én de “afzetmarkt” is er nog niet. Het heikele punt is, dat de beesten moeten uit hun rustgebied worden opgedreven naar de vergassingsruimte. Dat gebeurt in de korte ruitijd (enkele weken in juni) en dan zijn de ganzen mager, het vlees van mindere kwaliteit *). De vergaste ganzen gaan de neus voorbij van poelier Damstra in het Friese Woudswoude en wel naar de vaste poelier van Duke “Faunabeheer” (Pieter van Meel in Amsterdam). Voor de rest rest er nog de organische afvalverwerkingsindustrie SONAC in BURGUM.

*) info over CO2-gas vind je hier > http://CO2opslag.wordpress.com

*) STRESSGASGANS. Op vrijdag 5 juni 2015 zijn ongeveer 1050 grauwe ganzen, dus zo’n 1% van de overlast, 2 kilometer opgedreven naar de vergassingskamer. In veel te grote groepen ( de gestresste beesten vertrapten elkaar, de vergassingsruimte in de vrachtwagen was niet groot genoeg) van ca 350 werden ze vergast. Een forse vergassings-vergissing naar mijn mening.

Over het doden van ganzen met CO2 verscheen deze mini-docu van Rosanne Kropman en Jasper Juinen:   GANZENDOOD     Bekijk en huiver.

KNAL (column)

Er werd aangebeld. Onze dochter deed de deur open. Er stonden twee meisjes op de stoep. Eén ervan huilde onbedaarlijk. “Er is wat gebeurd, is die auto voor het huis van u?”

Knal

Ja, dus. De achterruit van de auto van onze dochter was volledig in gruzelementen. De ontdane meisjes werden binnengehaald voor een drankje tegen de schrik, een pleister op de wonde en voor contact met de achterban. Gelukkig had het wicht niets gebroken.

Even later kwam vaderlief aan in een dikke Mercedes. En alle formaliteiten werden keurig geregeld. Niks mis mee, maar toch: wát een gedoe….auto uitruimen, uitvegen, stofzuigen inclusief de straat. Gat afdichten, verzekering en schadeherstel inlichten, wachten op de glaswacht…urenlang.

Wat bleek nu? Het meisje was onder het fietsen zo intens in de weer met haar mobieltje dat ze de geparkeerde auto van onze dochter niet had opgemerkt en er dorsaal was opgeknald.

Hier is een opmerkelijke overeenkomst met een gebeurtenis van twee jaar geleden te zien. Toen stond onze caravan langs het trottoir. En toen knalde daar ook zo’n dom blondje tegen aan. Was ook al met haar mobieltje bezig. En nu is de grote vraag: is voor ons huis de standplaats – nog wel onder een lantarenpaal – behekst of ligt het aan wat anders?

Gister stond in ons dagblad een artikel over het menselijk brein. Vrouwen-hersenen zijn inderdaad wat anders dan die van mannen. Dames (en dus ook minderjarige meisjes) krijgen van kind-af-aan meer neurale verbindingen tussen hun linker- en hun rechter hersenhelft en schijnen daardoor beter te kunnen multi-tasken.

Nou, dat is dan niet het geval bij fietsen en tegelijk telefoneren of SMS-sen. Heel terecht, dat de Rijksoverheid het gebruiken van een foontje achter-het-stuur heeft verboden. Helaas is over het hoofd gezien, dat een wielrijder óók aan het verkeer deelneemt en: een fiets heeft óók een stuur. Ik pleit dus voor verbod op gebruik van mobieltjes in het verkeer inclusief het fietsverkeer.

Van de 12- tot 17-jarigen luistert naar eigen zeggen driekwart naar muziek en gebruikt eveneens driekwart de telefoon tijdens het fietsen. Het percentage bij meisjes is nóg groter. Uit een enquête onder fietsers blijkt dat het gebruik van apparatuur tijdens het fietsen het risico op een ongeval met tenminste een factor 1,4 verhoogt. Het heeft het grootste effect op het fietsgedrag en wordt, zelfs bij heel lage snelheid,  ook als meest gevaarlijk ervaren. Het is te vergelijken met de risicoverhoging bij automobilisten die autorijden met een bloedalcoholgehalte van 0,50 promille. In verschillende andere landen is bellen op de fiets daarom al verboden.

In het bij uitstek FIETSLAND/NEDERLAND is dat nog NIET zo.