Een PARTICIPATIE-maatschappij ?

Het komt me voor dat, sinds het gelanceerd werd, het begrip PARTICIPATIE alleen maar aan slijtage onderhevig was. Vanaf het begin stonden velen er argwanend tegenover. Nu wordt het al gelijkgesteld met : Wij trekken ons terug en zoeken jullie het nu maar zelf uit.

En eerlijk gezegd: van echte participatie is hier ten lande niet veel te bespeuren. Het lijkt eeuwen geleden dat ik op dat gebied wel eens wat gedachten formuleerde. Ergens in de warboel van mijn administratie, misschien in een oude doos op de vliering van onze woning, zouden daar over nog geschriften moeten liggen. Omdat ik geen trek heb in enig speurwerk op die steenkoude vliering, doe ik het nu maar zonder die oude paperassen.

–        Een begrip, zoals een vereniging, een politiek stelsel, het handelen van een specialist zou te “visualiseren” zijn met het denkbeeld van een geslepen diamant, een briljant dus. Elk facet ervan stelt een gebiedje voor. Zo zou je het vakgebied van een tandarts kunnen voorstellen als zo’n facet van een briljant. En de tandarts zou binnen dat terrein zijn functie uitoefenen en zicht hebben op soms niet meer dan het oppervlak daarvan. Hij zou de grenzen van zijn “toko”, zijn vakgebied kunnen beschouwen als ZIJN grenzen. Zonder misschien in de gaten te hebben dat er een aantal aangrenzende vakgebieden van andere specialismen zijn met onderling samenvallende begrenzingen.

Maar orthodontisten, kaakchirurgen, tandtechnikers enz. kunnen gebieden overzien die voor een doorsnee tandarts “ voorbij DE horizon liggen”. En voorbij die andere, aangrenzende vakgebieden liggen weer andere terreinen met andere begrenzingen. Vanuit die visie zou je een ruimtelijk model kunnen voorstellen waarbij alle vlakken ervan  een vakgebied voorstellen. En dan zou het mooi zijn als een specialist op één enkel terrein in gedachten AFSTAND zou kunnen nemen van zijn eigen terreintje om het geheel van die briljant te kunnen overzien, om het model te kunnen draaien voor zicht op een ander vakgebied, op een ander facet. Om zo begrip te krijgen voor de waarden op andere terreinen en  om beter te kunnen samenwerken met anderen. Veel meer dan wordt beseft zijn mensen van hoog tot laag van elkaar afhankelijk.

Er zijn al heel veel samenwerkingsverbanden. Maar nog veel te veel preekt men voor eigen parochie, veel te veel zijn veel te veel mensen betrokken op zichzelf, uit op eigen gewin en macht: een houding waar uiteindelijk IEDEREEN last van heeft.  Want bijvoorbeeld als een stratenmaker ontslag kreeg vanwege een geringer bouwvolume dan ligt de oorzaak mogelijk bij té hoge woonlasten en té geringe reserves bij de banken en daaronder bij té hoge “beloningen” van de top van die banken en woningbouwcorporaties.  Een (beroeps)-deformatie als “ikke, ikke, ikke en de rest kan stikke” leidt tot maatschappelijke ontwrichting. En zo’n opstelling is nou precies het tegenovergestelde van participatie, waarbij duidelijk met anderen rekening wordt gehouden en waarbij verworvenheden, lusten en lasten eerlijk worden gedeeld. En waarbij er ook nog begrip is voor de KERN van de briljant, het voor iedereen gemeenschappelijke, waar de Friezen zo’n mooi woord voor hebben: de MIENSKIP.

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s