Tagarchief: Nederland

Paardenbloemrubber (column)

Hynsteblommen-klein
Ik heb een enorme pest aan paardenbloemen. Het is een onverwoestbaar onkruid: in de moestuin en speciaal in de huis- en keukentuin. Ze zijn bijna onuitroeibaar. Zelfs een stukje van een wortel zal weer uitspruiten. En de pluizige zaadjes verspreiden en hechten zich in een mum van tijd over een groot gebied: het kruid nestelt zich in het gazon en kruipt tussen de terrastegels.

De bloem is best mooi: helder eigeel. Maar heb je wel eens een gebroken bloemstengel ervan beproeft? Jasses. Het sap is melkwit en kleurt je huid zwart. Nu heeft men een poos geleden ontdekt dat de Kazakstaanse paardeblom ( Taraxacum koksaghyz ) veel rubber bevat. En natuurlijk zijn Nederlandse telers nu druk doende om een variëteit te kweken die het meeste rubberachtige melksap in wortel en stengel bevat.Voor een lucratieve export voor grootschalige teelt op de Oost-Europese steppen. En opdat er hynsteblom-schoenzolen, rubberen handschoenen of paardebloem-autobanden van kunnen worden gefabriceerd. Of paardebloem-bedden voor de broodnodige nachtrust.
Een goede gedachte. Niet dan?

ps. De eerste Vredestein hynsteblombanden zijn er al.

EEN GEZOND EN VOORSPOEDIG 2013 

ALSNOG EEN GEZOND EN VOORSPOEDIG 2013
voor alle afstammelingen van de in Friesland verwekte, geboren, verdwaalde of ooit naar dit gewest gevankelijk meegevoerde stamleden van de volgende volken:

Batavieren,
Germanen,
Ingvaeonen,
Friezen,
Juten,
Warnsers,
Chaukianen,
Cauchen,
Cimbren,
Cananefaten,
Denen,
Kaninefaten,
Chatten,
Kelten,
Wandalen,
Gothen,
Matthiaken,
Usipeten,
Teucteren,
Marsen,
Bructeren,
Chamaven,
Angivaren,
Tubanten,
Cherusken,
Noormannen,
Franken,
Allemannen,
Saxers,
Anglen,
Warners,
Sicambren,
Galliërs,
Saliërs,
Menapiërs,
Quaven,
Wilten,
Sclaven,
Westfalingers,
Engeren,
Sueven,
Schotten,
Picten,
Alanen,
Longobarden,
Saliërs,
Hunnen,
Scijten,
Tartaren,
Westgothen,
Britten,
Spanjaarden,
Joden,
Molukkers,
Surinamers,
Marokkanen,
Turken,
Angolezen,
Afganen,
Vietnamezen,

De “Neder-landse taal” is ontstaan als mengvorm van de talen van de FRIEZEN, Franken, Saksers ……en miljarden al heel lang overleden anderstalige instromers.Via de PLUSKRANT: http://pluskrant.nl/taal/2939-nederlands-als-standaardtaal-ontstond-in-de-17e-eeuw

Voor ALLE afstammelingen van eigenheimers en in deze delta aangespoelde vreemdelingen maakte Bacon & Bones dit MEDELANDERLIED:

HOLDERDEBOLDER, vooruit met dat GEPOLDER.

Soms in het voorjaar als het zonnetje de ochtend kriekt krijgt mijn lief de kolder in de kop. Nee, niet die ouderwetse schoonmaakwoede maar wel een onbedwingbare lust om de natuur te gaan bedwingen. Per fiets.

Zo door haar gezegd…zo door ons SAMEN gedaan. Dan worden de fietstassen beladen met routekaart, zuigflesjes water en twee appeltjes voor de dorst, een brok belegen kaas en het fototoestel. We stappen dan welgemoed op de pedalen: vooruit… de Drachtster Paardepaden op, de Berglanen in, met een zuidwestwindje in de rug op weg naar het buurtschap De Wilgen.

Daar, a.h.w. om de hoek van het Drachtster Centrum, vang je al de frisse lucht van de sompige zoden, doorspekt met de odeur van rundergier. Nóg wel, moet ik ter relativering tussen neus en lippen eventjes opmerken. Want twee kilometer onder de griene greiden ligt een dikke zoutkorst met daaronder nog een gashoudende zandsteenlaag. Deze bodemschat is door een op snelwinst-beluste oliemaatschappij uitgeput achtergelaten. En dáár hoopt de SEQ ( lees SEEK) de laatste restjes aardgas nog te kunnen uitzuigen. Door er eerst het afvalgas CO2 in te pompen! Óf die hoop bewerkelijkt wordt, is voor mij nog de grote vraag en voor anderen hopelijk een onderzoek waard. Omdat bekend is geworden dat de bodem boven geëxploiteerde gasvelden en zoutlagen aanmerkelijk meer kan inzakken dan de bedoeling is… mag voorlopig in de Wilgen gevreesd worden voor lager land en meer hoogstaand water. Het is ook maar de vraag of daar behoefte is aan meer waterberging plus meer kikkers voor de ooievaars.

Nu nog kunnen de kivieten proberen onze aandacht af te leiden van die machtige groep Friese paarden langszij de klinkerweg naar de Veenhoop, waar ons in het knusse restaurant ‘Het Polderhûs’ het openhaardje wacht. Met een kop capuccino en een puntje Friese oranjekoek zijn we weltevree. Het pontje over de Smalle Ee zal ons straks weer naar het restaurant ‘Iesicht’ kunnen brengen. Na een prachtige rit via het pittoreke dorp Eernewoude met een rustmoment in de houten uitzichthut op de bevogelde veenplassen zullen we weer op Drachten aantrekken. We zijn dan weer heerlijk uitgepolderd. Maar nu nog even niet…het is té nat, té winderig, té koud. Het wachten is op het lentezonnetje. Henk Veenstra- Drachten.

DE PLANNETJES VAN DE SEQ ZIJN INMIDDELS AFDOENDE GETORPEDEERD EN AFGEZONKEN.

Sinterklaasgedachten (column)

Voor mij is ús Klaas een heilige.

Us Klaas is vrijwilliger en als zodanig onbetaalbaar. Naast een vrijwilligerschap bij diverse instanties is hij bijzonder goedgeefs. Want van zijn inkomen geeft hij bijna alles aan anderen. Hij is niet getrouwd, berijdt geen auto maar een paard, verblijft goedkoop op een boot en heeft derhalve weinig vaste lasten. Vooral kindertjes kunnen bij hem terecht voor een lovend of stichtelijk woordje met een presentje als beloning of “pleister-op-de-wonde”.

Ook zijn uiterlijk maakt hem bijzonder. Aan de kapper geeft hij geen eurocent uit: zijn baard en snor liet hij languit groeien. Om in zijn ouderdom niet gebukt of languit te gaan gebruikt hij tegenwoordig een lange stok. Zijn kleding is een soort overgooier. Kleurrijk, dat wel.

Toch valt hij gewoonlijk niet op. Domweg omdat hij ook een deel van het jaar (ook goedkoop) in Spanje huishoudt. Maar zo eindejaars trekt hem altijd “it heitelân”. Rustig aan en goedkoop meeliftend met een vrachtschip en in gezelschap van wat medestanders komt hij over naar Nederland.

Zijn faam als grote weldoener voor het kleine volk ligt vooral hier in de lage landen, maar die roem is later doorgedrongen tot zonniger streken. Het Vaticaan heeft hem zelfs heilig verklaard.

Door de laag-landse middenstander is hij inmiddels verheven tot een onmisbare medestander en bewoner van een on-aantastbaar heilig huisje. Die wél, nog op zijn oude dag, met z’n witte hengst Amerigo het dak op moet. Zo van: sa, de miter op. Om pakjes door niet-vindbare schoorstenen te persen. Levensgevaarlijk. En zelfs zonder een risico-verzekering voor dak-klazen tussen de dakhazen. En dát -vind ik- is erg jammerlijk. Want voor mij is hij geen commerciële huur-Sinter-Klaas, maar blijft hij ús Klaas.En geen sodemieterop-Klaas.