Tagarchief: taalvereenvoudiging

KORTERLANDS

Als WOORD VAN HET JAAR 2011 werd WEIGERAMBTENAAR uitverkoren. Tijdens het tweejaarlijkse taalcongres van het Genootschap Onze Taal werd een ander nieuw woord geboren: KORTERLANDS. In een zaal bomvol taalfanaten verkondigde hoogleraar taalvariatie prof Hans Bennik, dat de Nederlanders relakster zouden moeten omgaan met veranderingen in de taal. Hij had bespeurd, dat er in nieuwe media als SMS en Twitter nogal wat veranderingen aan de taal ontstaan: kreatieve vernieuwingen dus.

Een waarheid als een bonte Fries koe, want zowaar er mensen leven, zo leeft hun taal. Spreektaal en vooral schrijftaal verandert voortdurend. De Friese taal en het Nederlands zijn al eeuwen niet meer wat het was. Het “Nederlands” dat over de grens wordt gesproken en geschreven, zoals het Vlaams en het Zuid-Afrikaans gaat alle taalgrensregeltjes te boven. Dat betekent niet, dat het “andere Nederlands” minder-waardig is. Integendeel: vooral het Vlaams en het Zuid-Afrikaans blinken uit door korter, bondiger, eigentijdser, eigenzinniger en kreatiever taalgebruik.

Over KORTERLANDS gesproken (en geschreven): in het ZuidAfrikaans is vrouw vrou, touw tou, gelach is gelag, achter werd agter. De werkwoorden missen al ontelbare jaren de uitgangs-n (dromen werd drome), de z is afgeschaft omdat die toch niet wordt uitgesproken: gezang werd gesang, ziekten zijn siektes, zestig is sestig. En met de meervouden is ook iets gaande: wat te denken van sondae en maandae in plaats van zondagen, maandagen. Ik vind (of vint) speciaal in het Zuid-afrikaans ook grappige taalvondsten in woordcombinaties als sonbruin, marmerstede, naverdriet, jeukvoet, doorelkaargeblaf, laatmiddag……

In ieder geval wordt er in Nederland nogal wat buitenlands gesproken. In ongeveer 190 verschillende talen. Het is duidelijk dat eigenheimse Nederlanders die andere talen niet zullen gaan spreken en schrijven, maar dat anderstaligen zich zullen moeten aanpassen en zich het ABN of het Frysk moeten aanleren. En dat blijkt voor hen net zo verrekt moeilijk als het aanleren van zo’n andere taal voor de ABN-ers. Vereenvoudiging, verbastering, verhaspeling zal daarom voor iedereen de gangbare praktijk zijn.

Alleen al daarom is het noodzakelik dat het ABN wort vereenvoudig. Wat mij betref mag er best wat onzin uit het ABN worden geskrap. Waarom moeten kiesen tussen bivoorbeeld word, wort of wordt in “het wordt beter”? In het ZuidAfrikaans is die t zelfs lank verdween in byvoorbeeld vas en de g is soek in teën. Over dat soort kwessies moge we best ff ga nadenk. Tog?

Nuw-neerlands voor autogtonen en allogtonen 

Veel Nederlandse televisiepresentatoren en carbaretiers willen zoveel vertellen, dat zij als het ware struikelen over hun eigen woorden. Vaak worden woorddelen ingeslikt en zijn speciaal de heren maar moeilijk te volgen vanwege hun rappe spreekstijl.

De uitspraak van het Nederlands is overal anders. Het is maar nét hoe de tong plaatselijk valt. Met de komst van talloze buitenlanders in de Hollandse samenleving groeide ook het andere taalgebruik in de randstedelijke townships. Deze babbelonische spraakverwarring is een regelrechte aanslag op het hoog Haarlems en het Kneuterdijks. Taalverschillen veroorzaken misverstanden, een uit elkaar drijven en uit elkaar blijven van de diverse groeperingen.

Toch is een, voor een ieder te bevatten taalvorm, gesproken én geschreven, het belangrijkste samenbindende element in de samenleving.
Het ‘Algemeen Beschaafd Nederlands’ zou op de lange duur wel eens moeten veranderen in een soort ‘steenkool-Esperanto-Nederlands’. Hoe zou een ‘nuwelandse’ spreek/schrijftaal er uit kunnen zien? Veel Nederlanders slikken de n al in. Ook in de Friese schrijftaal ontbreekt de slot-n van de werkwoor-den. Werkwoordsvormen kunnen zelfs nog meer worden afgekort. Zo kan te snoeien veranderen in ‘te snoe’ en te zwemmen in ‘te zwem’. Van de voltooide deelwoorden gaan wat lettertjes af: gebruikt wordt gebruik, geroepen wordt geroep. Deze ingreep bespaart nadenkpijn over d of t in bijvoorbeeld geweest en gegroeid.

Datzelfde geldt voor zelfstandige naamwoorden: kerstfeest verandert in kersfees. De sch-combi-natie wordt afgeschaft en zo heeft u een skoondogter. Een belachelijk bijvoeglijk naamwoord wordt belaggelik. En het woord hierbij wordt hierby om de twee stipjes bij het schrijven te be-sparen. Voordeel is ook de tijdbesparing omdat zinnen korter worden gaat het typen van een tekst sneller. Een document van twintig A4-pagina’s slinkt tot achttien bladzijden en dát is ook nog een voordelige printerpapier-besparing. Hieronder een vóórbeeldje:

My eggenote en ik het griep onderlede gehad. Maar geluk dat ons dogter mediese student is en voor tien dae in Dragten gewees het met Kersfees en Nuwjaar. Sy kon ons dus van goede raad bedien en sy het ook die kos gemaak: ’n heerlike vleespotjie met ’n biertjie. Maar mees belangrik was die gesellig tyd saam onder die kersboom met al die liggies, slingers en die pragtige balle. En die tweede Kersdag kry ons tog een wit dek op de bome. Maar nu is sy weer terug naar die kus waar sy woon met haar eggenoot. Ons voel nu weer prima! Wat een heerlik belegging om een dogter soos sy te hebbe.

Onze samenleving is met de komst van vele migranten veranderd. Dat veranderingsproces gaat z’n eigen gangetje wel. Om te helpen voorkomen dat diverse etnische groeperingen in taal en anderszins apart gaan en dan apart blijven zal de schrijftaal doelbewust moeten worden vereenvoudigd, aangepast aan de veranderende spraak. Dát zou voor taalkundigen weliswaar een stevige klus zijn maar een heel wat zinniger activiteit dan het gesteggel over spellingdetails in het nieuwste ‘groene boekje’.

Taalbehoud? Vergeet het maar. Het lijkt me onontkoombaar dat het ABN snel en sterk zal veranderen. In de nabije toekomst zou het gesprokene wel eens heel erg kunnen gaan verschillen van de schrijftaal. Tenzij de regeltjes een stuk simpeler worden en het veranderingsproces een beetje wordt aangestuurd.

Als stadsfries kan ik me een taalversimpeling goed voorstellen: het Fries gaat aardig in die richting. Voor taalfanaten is het misschien ‘gruwellands’, maar een brokje “Nuwelands”, een beetje gelijkend op het hedendaagse Zuid-Afrikaans, is mijn voorzetje tot het denken over een verdergaande taalvereenvoudiging.                                                     Henk Veenstra