Tagarchief: volkstuin

Afdraaien in de tuin.

Ziet u ze ook weer voorbijkomen? Meestal oudere mannen die zich na de warme maaltijd puffend als een stoomlocomotief in het okselzweet trimmen om in vorm te blijven? Deze beker competitiedrang gaat gelukkig aan mij voorbij. Ik heb een handiger manier gevonden om fit, slank en gezond te blijven: ik beheer een volkstuintje. Werken in de tuin is namelijk goed voor het lichaam: zelfs beter dan andere vormen van lichaamsbeweging zoals wandelen en fietsen. Véél beter en dát ga ik u nu uitleggen.

Fietsen naar de groententuin en later weer naar de woonstee is namelijk al een deel van het totaalgebeuren. Op de alternatieve werkplek aangekomen begint de gezondmakende metamorfose van een heertje in een net pak naar een stoere werkman in overall, laarzen aan de voeten en rouwrandjes aan de nagels. Onder vrolijk vogelgefluit vallen alle dagelijkse sores van me af.

Met een half uurtje grasmaaien en wat takgesnoei zijn er al gauw tweehonderd boterhamcalorietjes verbrand. In een rustmoment op het zonnige terrasje is een bakkie troost dan wélverdiend. Daarna is wat pittig spitwerk bijzonder goed voor rug en buik. Harken en schoffelen is weer stimulerend voor de armen. Tuinieren, inclusief het voortduwen van een kruiwagen mest, het bukken om sla- of andijviestekjes uit te planten, is eigenlijk een allround-training waarbij alle spiergroepen worden getraind.

Belangrijk is wél de afwisseling van deze klusjes, lichter en zwaarder, voor de verschillende spieren. Verder: op deze leeftijd niets forceren en terdege op de houding letten. En natuurlijk af en toe een gezellig babbeltje met een buur-volkstuinder.

Maar last but not least: de onbespoten koestront-bemeste kwaliteit van de buit. Een zak rabarber om een heerlijke compote te maken; de rijpgeplukte rode-, zwarte- en kruisbessen. De tasjes met diverse soorten sla, een portie krulandijvie. En kisten met nieuwe aardappelen, netten gevuld met ui en sjalot, dozen met appelen en stoofpeertjes voor de hongerwinter. Kortom: Laat andere knapen maar langs de Lindelaan lopen zweten. Ik heb m’n fit wel gevonden in het volkstuingebeuren. HV

Villa Kakelbont

VILLA KAKELBONT

Geregeld zoek ik mijn volkstuintje op om wat te wieden. Want in de groeimaanden kun je er je kont niet keren of het onkruid tiert op kniehoogte. Natuurlijk is het niet alleen maar komkommer en kwel op de tuin. Want, O wonder: van alle knollen en zaadjes die ik in moeder aarde stop komt er altijd wat van de grond. Dus: als ik na een paar uur ploeteren terugkeer naar de thuisbasis gaat er altijd wel een kropje sla, een pondje peulen, aardbeien of rode besjes mee.

Soms een krat aardappelen of rabarber en als het even kan een zelfgeplukt ruikertje. Want ook op oudere leeftijd gaat de liefde niet alleen via de maag. Mijn groenten zijn onbespoten en met een toepasselijke portie paardenpoep bemest: biologisch-dynamisch gekweekt dus. Nou, die dynamiek gaat ook zitten in de toebereiding. Moeders de vrouw draait haar hand niet om voor het hakken van de reuzenspinazie. Maar sla met slak of andijvie met luis is haar een gruwel. De schoonste der schonen laat díe klus graag aan mij over. En terecht stelt ze: ‘Het is jouw hobby’.

Een toenemend aantal vergrijsde volkstuiniers gaf inmiddels een andere invulling aan deze bewerkelijke hobby. Zij hebben hark en riek aan de knotwilgen gehangen en betalen nu dik eurogeld voor kant-en-klaargesneden groenten, voorgekookte krieltjes en hapklare brokken. Na samenvoeging van twee of meer zéér Smalle landjes kwamen er wel plezierige bloementuinen en liep ergens een heesterkweek-hobby volledig uit de hand.

In het centrum van ons complex is onlangs met welbevinden van het volkstuinbestuur een te kleine gereedschapschuur vervangen door een bak van een blokhut. VILLA KAKELBONT staat er op. Die benaming klopt wel want de energieke eigenaar heeft letterlijk eieren voor z’n geld gekozen. In plaats van winterpeen, boerenkool en prei kwamen daar nogal wat hokken bij, opgevuld met een bonte collectie raskippen. Ik vind zo’n vestiging best, want ik ruil er mijn overschot aan spinazie tegen kakelverse scharreleitjes.

Maar de huurders van de aangrenzende percelen zijn niet zo gediend van allerlei overspannen plannen van nieuwkomers. ‘Op onze oude dag zijn we hier voor onze rust en gezondheid’: stellen ze. ‘Aan lawaai, fratsen en koude drukte hier hebben wij geen behoefte. Voor bestuiving van onze gewassen zijn bijen nog wel nuttig. Van hun zachte gezoem hebben we geen last. Maar wij zijn al zó vaak gestoken door die krengen, dat dit soort grappen ons wel gestolen kan worden. We denken de brui er aan te geven of te verkassen, want we worden niet vrolijk van het gekakel van de broedse Friese leghorns. En het allerergste vinden we nog het macho hanengekraai bij elk ei wat toch niet uitkomt’. Touché